opc_loader

Een handleiding voor veilig gebruik van uw kachel en open haard

Stoken

Een open haard of kachel zorgt voor warmte en sfeer in huis, maar stoken brengt ook risico met zich mee. Elk jaar moet de brandweer honderden malen uitrukken om een schoorsteenbrand te blussen. De schade kan groot zijn. In het ergste geval leidt een schoorsteenbrand zelfs tot de totale verwoesting ven een pand. Gelukkig kunt u veel doen om een schoorsteenbrand te voorkomen. In deze stookwijzer zetten we het hoe en waarom van een veilig stoken voor u op een rij. We besteden hierbij aandacht aan alle elementen rond het stoken, van de brandstof tot het rookkanaal en natuurlijk de stooktechniek zelf. Want veilig stoken is een kwestie van verstand.

Uitmonding en overkapping van het rookkanaal

Om te voorkomen dat rook terugstroomt in de kamer, is het belangrijk waar het rookkanaal uitmondt. Bij een schuin dak is dit meestal vlak bij de nok van het dak, waarbij de schoorsteen het liefst boven de nok uitsteekt. Verder zijn er verschillende kappen voor het rookkanaal, elk met een bijzondere functie. bij een rieten dak is bijvoorbeeld een vonkenvanger verplicht. Ook kunt u het beste uw rookkanaal beschermen tegen vogels,  want een vogelnest in het rookkanaal belemmert de trek en vergroot de kans op een schoorsteenbrand. We noemen tenslotte de trek-kap, die de trek van een schoorsteen bevordert.

Ventilatie is een must

Om goed te kunnen stoken, is voldoende lucht nodig in de ruimte waarin uw kachel staat. Vooral in moderne,goed geïsoleerde woningen kan de natuurlijke luchttoevoer beperkt zijn. Overigens is ventilatie bij het gebruik van een gaskachel extra belangrijk. Wanneer er onvoldoende zuurstof is, kan er door onvolledige verbranding koolmonoxide ontstaan, wat tot slachtoffers kan leiden,

Onderhoud

Veilig stoken vraagt om regelmatig onderhoud. Zo moet het rookkanaal minimaal één keer per jaar worden geveegd. Stookt u drie ´ vier keer per week, dan is het advies om uw schoorsteen vaker te vegen. Het vegen gebeurt bij voorkeur van boven naar beneden. De schoorsteenveger kan dan ook meteen de eventuele vonkenvanger reinigen en controleren of er geen vogelnest onder de kap zit. Tijdens en na het stookseizoen is het nodig om regelmatig de asla leeg te maken.

Zorgvuldig en veilig stoken

Een deskundig aangelegd rookkanaal en goed onderhouden kachel of open haard zijn onmisbaar voor veilig stoken. De manier waarop u stookt is zeker zo belangrijk, zeker met de hedendaagse hoog rendement kachel met minimale fijnstof uitstoot. Het juist stoken begint met de keuze voor de juiste brandstof, bijvoorbeeld schoon en droog hout of speciale briketten. Het woord allesbrander kunt u beter niet letterlijk nemen.

Bij een open haard is er altijd voldoende lucht aanwezig, u regelt het vuur dan met de hoeveelheid brandstof. Ga hierbij verstandig te werk en maak het vuur niet te groot. Gebruik nooit de schoorsteenklep om het vuur te regelen. Tijdens het stoken moet de klep altijd volledig geopend zijn. Bij een houtkachel regelt u het vuur door meer of minder lucht in de kachel toe te laten. Als u veel brandstof gebruikt is het moeilijker om de juiste hoeveelheid lucht in te stellen. Het is dus beter om regelmatig een kleine hoeveelheid brandstof toe te voegen. Regel de luchttoevoer zodanig dat het vuur met heldere vlammen en weinig rook brandt.

Sommige kachelstokers hebben een verkeerd stooktechniek. Ze vullen de kachel met hout, openen de schuiven en kleppen en laten de kachel lekker loeien. Als het dan warm wordt in huis sluiten ze de schuiven en kleppen weer. Dit noemen we temperen. Door het temperen wordt de temperatuur in de schoorsteen te laag en ontstaat er condens en teerafzetting(creosoot). Dit vergroot de kans op een schoorsteenbrand. De houtkachel mag niet onder de juiste waarde van 60 graden Celsius dalen. U kunt dit exact meten met een thermometer, eventueel op de buizen.

Niet geschikte brandstoffen voor het stoken

Onderstaande brandstoffen kunt u het beste niet gebruiken en neem vooral het woord allesbrander niet te serieus.

* Geen etenswaren roosteren(bbq) - Nat hout - Spaanplaat - Geverfd of geïmpregneerd hout
* Vloerbedekking - Rubber - Huishoudelijk afval - Kunststof(plastic)

Deze stoffen zorgen voor ernstige luchtvervuiling - zowel binnen als buiten - en vergroten de kans op schoorsteenbrand en een snellere slijtage van het rookkanaal. Droog hout is dus het aangewezen materiaal voor uw haard of kachel.

Het stappenplan

1) Leg kleine houtjes los op een paar proppen papier en steek deze aan. Gebruik geen vloeibare brandstoffen.

2) Leg vervolgens grotere stukken hout op het vuur. Gebruik niet teveel gelijk, maar vul het regelmatig bij. Zo kan de kachel of haard op volle capaciteit doorbranden.

3) Stook het liefst met maximale luchttoevoer en stapel het hout niet te dicht op elkaar. Zo kan er voldoende zuurstof bij het vuur komen.

4) Laat het vuur zo lang mogelijk uitbranden. Maar laat het niet 's nachts zachtjes na smeulen. Bij na smeulen vindt namelijk onvolledige verbranding plaats, waarbij schadelijke gassen ontstaan. Doof het vuur dus volledig met zand of sluit de luchttoevoer af.

Stoken met hout

Goed brandhout.

Stookt u met hout, kies dan voor houtsoorten als(haag) beuk, eik, acacia, kastanje, populier, linde en berk. Over het algemeen moet brandhout voor gebruik minstens twee jaar op een droge en winderige plaats drogen en mag het een maximale vochtigheidsgehalte hebben van 15%.

Een ideale plek is bijvoorbeeld onder een afdak tegen een gevel en afgedekt aan de zijkanten. Kleine gekloofde houtblokken drogen sneller dan grote blokken.

Houtsoort Droogtijd(minimaal)
Populier 2 jaar
Linde, Wilg, Spar, Berk, Els, Es 2 jaar
Fruitboom, Beuk 2 jaar
Eik 3 jaar

Schoorsteenbrand

Ontstaan en voorkomen

Een schoorsteenbrand ontstaat meestal doordat de aanslag(creosoot) in het rookkanaal vlam vat. Creosoot is een teerachtige afzetting, die bij een temperatuur van 300 graden Celsius ontbrandt. Deze temperatuur is snel bereikt bij het stoken van de houtkachel of open haard. Creosoot vormt zich vooral wanneer u een verkeerde stooktechniek hanteert of onjuiste brandstof gebruikt.

Ook de diameter en de isolatie van het rookkanaal spelen een belangrijke rol bij de vorming van creosoot. Om de schoorsteenbrand te voorkomen, dient u zorgvuldig te stoken en het rookkanaal minimaal eens per jaar te laten vegen. Maar het belangrijkste blijft een brandveilig geconstrueerd rookkanaal. Mocht er dan toch brand ontstaan, bijvoorbeeld door een vogelnest dat vlam vat, blijft de brand beperkt tot het rookkanaal zelf.

Wat te doen bij schoorsteenbrand!

Een schoorsteenbrand ontstaat vaak net nadat u de kachel heeft aangemaakt. U herkent de schoorsteenbrand aan een bulderend geluid in het rookkanaal. Hoort u dit, sluit dan de schoorsteenklep en de luchttoevoer of deurtjes van de houtkachel. Waarschuw vervolgens ALTIJD de brandweer.

Probeer de brand nooit te blussen met water. U kunt wel zout, zand of soda gebruiken om de vlammen te doven. Ook een schuim of poederblusser is geschikt. Ventileer de ruimte direct nadat u het vuur heeft gedoofd. Na een schoorsteenbrand moet u uw schoorsteen laten vegen en inspecteren.